Inleiding
In het dagelijkse leven zijn wij gewend vooruit te kijken. Wat brengt de dag van vandaag, en wat staat ons morgen te wachten? Welke plannen zullen wij maken voor vrije tijd of voor de toekomst?
Het jaar 2015 is alweer geschiedenis geworden, ligt ver achter ons en raakt ver uit onze gedachten, overwoekerd als die worden door dagelijkse beslommeringen.

Voor een stichting als de onze is de focus anders: een groep vrijwilligers die zich juist inzet voor het behoud van militair erfgoed. Tastbare objecten, ons vanuit het verleden toevertrouwd en waarvan vele het verdienen om ook in de toekomst behouden te blijven.


Over de vrijwilligers, over de verzameling van mensen, jong en oud, gaat dit jaarverslag. Over hen, die weten dat ook het militaire erfgoed, voor weerstand gebouwd en nu door de tijd weerloos geworden, een aandachtige bejegening verdient.


En dus gaat dit verslag daarmee ook over het wel-en-wee in 2015 van de buiten militair gebruik gestelde verdedigingswerken. In dit relaas staat te lezen of het gelukt is om de bedreigde objecten op de juiste wijze te interpreteren, te ‘lezen’ en te waarderen. En of daarbij van Duurzaam Behoud door Ontwikkeling mag worden gesproken. Ook valt te lezen of de vrijwilligers in het land bij de lokale overheden begrip hebben kunnen kweken voor de waarde van dit erfgoed. En of de in erfgoedland steeds belangrijker wordende gemeentebestuurders oog hebben voor de context van de oude verdedigingswerken, deel van een linie of een vesting. Ook wordt de recente geschiedenis, de Koude Oorlog niet vergeten.


Als de lezer van dit jaarverslag met waardering kennis neemt van al hetgeen in positieve zin is bereikt, dan voldoet dit relaas aan zijn doel. Dan is de lezer – weer – doordrongen van het besef dat alles dat van waarde is, weerloos is. En dan vormt de terugblik op het afgelopen jaar een positieve stimulans om ook in 2016 zo verder te gaan. Een jaar dat te zijner tijd op zijn beurt toegevoegd zal worden aan de annalen van de Stichting Menno van Coehoorn, tellend vanaf 1932 met ‘Naarden’ en ‘Willemstad’.


Begunstigers en Donateurs
Op 31 december 2015 bedroeg het aantal begunstigers 1035 tegenover 1011 eind 2014. Hoewel er onder jongeren een duidelijk toegenomen belangstelling voor het militair-cultureel erfgoed kan worden waargenomen, is blijkbaar onze stichting nog onvoldoende bij hen bekend.


Documentatiecentrum [Doccen]
Het afgelopen jaar was er een geringe teruggang in het aantal bezoekers en ook het aantal uitgeleende boeken daalde.
Daartegenover werden meer vragen via de e-mail beantwoord. Deze informatievoorziening is arbeidsintensiever voor de medewerkers van het Doccen en Secretariaat dan de verstrekking van literatuur.
Het aantal publicaties dat werd opgenomen in de collectie van de Bibliotheek is vrijwel gelijk gebleven.
Het merendeel van onze aanwinsten bestond uit de aanschaf van nieuwe boeken of schenkingen door de auteurs of medewerkers van onze stichting.


Ook dit verslagjaar verscheen maandelijks de interne knipselkrant Uitgeknipt. Correspondenten en medewerkers van onze stichting verleenden hun medewerking door het toesturen van kopij bestaande uit krantenartikelen met informatie of nieuws uit hun regio.


Financiën
2015 is een normaal financieel jaar geweest. Er is onder meer geïnvesteerd in de verdere vernieuwing van de website en de automatisering van het documentatiecentrum.
Net als elk ander jaar zijn er weer donaties verstrekt aan stichtingen en verenigingen die met hun activiteiten de doelstelling van onze stichting ondersteunen.
Voor het financieel overzicht klik hier.


Saillant / website
De vier nummers van het blad Saillant telden in het verslagjaar 124 pagina´s met het gebruikelijke stichtingsnieuws, verslagen van correspondentendagen, excursies, correspondentenrapportages en divers getinte artikelen over (voormalige) verdedigingswerken, evenals boekbesprekingen of signaleringen. Bijdragen van (toekomstige) begunstigers of donateurs blijven nog steeds welkom, dit voor zover passend in het redactiebeleid. Dé redactie streeft er overigens naar niet alleen over de ‘dode weermiddelen’ te berichten maar ook over het gebruik, de bewapening, de mens hierbij en ‘hergebruik’.
De website www.coehoorn.nl is regelmatig bijgewerkt. Ook is verder gegaan met het vullen van de database ´verdedigingswerken´ die daarvan deel uitmaakt.


Correspondenten
Met het verduidelijken van de rol en eerste aanwijzing van provinciale contactpersonen is een aanvang gemaakt. Door de verdere decentralisatie van het monumentenbeleid en de daarbij behorende procedures is een tijdige signalering steeds belangrijker. Begunstigers kunnen als ´assistent- correspondent´, vooral binnen een gemeente, hierbij de (regionale) correspondent zeker ondersteunen.


Studiecommissie [SC]
Werkzaamheden
• Atlasdeel Overijssel en Gelderland
De auteurs die in de beide voorafgaande jaren hadden toegezegd een bijdrage voor deze publicatie te leveren, zijn in 2015 met schrijven begonnen. Een aantal van hen heeft in de laatste maanden van het jaar een eerste proeve van hun tekst ingestuurd. De al eerder ontvangen bijdragen werden door de commissie op hun inhoud getoetst en van commentaar voorzien. Dit is teruggekoppeld naar de betreffende schrijvers om verder te worden verwerkt.
• Oude Hollandse Waterlinie [OHW]
De vertegenwoordiger van de commissie in de Erfgoedlijn OHW van de provincie Zuid-Holland toetst de plannen en ideeën op hun historische juistheid. Verder verzamelt hij via archiefonderzoek nieuwe gegevens over de vestingwerken van de OHW.
• Herziening Terminologie verdedigingswerken
Het werk aan dit project is in het verslagjaar voortgezet. Hierbij lag het accent op het definiëren van de termen die nog niet in de bestaande editie zijn opgenomen.


Overige zaken
Eind 2015 is de commissie begonnen met het aanleggen van een lijst van scriptieonderwerpen op het gebied van de Nederlandse vestingbouwgeschiedenis. Dit initiatief is erop gericht om in de academische wereld meer aandacht te genereren voor het betreffende vakgebied.
Een van de SC-leden heeft een artikel geschreven over de betrouwbaarheid van historische kaarten en plattegronden.


Technische Commissie [TC]
Er heeft onderzoek plaats gevonden voor de aanpak van de wateroverlast in Fort Honswijk en er vindt verder onderzoek plaats naar Fort Sint-Michiel te Blerick (Gemeente Venlo).
Het onderzoek naar de vormen en constructie van de ´steenhuizen' in de provincie Groningen is voortgezet. Ook is de restauratie van een deel van de linie bij Abeltjeshuis (nabij Bourtange) bezien.
Voorzitter TC heeft zich verder verdiept in de locatie en de vorm van de (verdwenen) Lammenschans bij Leiden.


Commissie Overzeese Vestingwerken [COV]
De COV heeft momenteel 13 leden die elk, naast een brede interesse in historische verdedigingswerken in Nederland, een bijzondere voorkeur hebben voor specifiek Nederlands militair erfgoed buiten de landsgrenzen. Enkele leden zijn zelfs professioneel werkzaam binnen het vakgebied van cultureel erfgoed, anderen hebben een opleiding gevolgd dan wel ervaring opgedaan op hetzelfde werkterrein. Elk van de leden is in elk geval direct of indirect betrokken bij het bevorderen van het inzicht betreffende het Nederlands militair erfgoed in den vreemde. Een en ander zal blijken uit de inhoud van een naar verwachting in 2016 te verschijnen bundel Vestingbouwkundige Bijdragen, waarvoor enkele leden een artikel hebben geschreven.


De heer dr.ing. A.J. Bonke heeft een inventarisatie gemaakt van forten in Batavia; hij doet dat onderzoek sinds 2012. De studie zal op korte termijn in Indonesië worden gepubliceerd. Het is interessant te weten dat het Nationaal Archief in Indonesië, het Arsip, bezig is met de digitalisering van de bronnen, met name het VOC-archief. Daarnaast worden ook bronnen in het Gemeentearchief van Jakarta gedigitaliseerd.

De heer G.W. Grimm heeft tien reisverslagen over VOC-vestigingen in Sri Lanka (India) en andere Aziatische landen op zijn naam staan.

De heer drs. O.F. Hefting is directeur van de New Holland Foundation [NHF], stichting voor behoud van Nederlands erfgoed overzee. Onder zijn leiding heeft de NHF in 2015 voor het Fortenproject drie publicaties over forten overzee uitgebracht, twee over Brazilië en een over Noord-Amerika.

De heer drs. P.D. Lavies werkt sinds juli 2015 als adviseur bij een adviesbureau op het gebied van erfgoed en toerisme en het begeleiden van Europese samenwerkingsprojecten. Daarnaast blijft hij één dag in de week als zelfstandig onderzoeker werken, waarbij hij zich momenteel samen met de heer Bonke inzet voor de Atlas of Mutual Heritage.

De heer drs. E.J.M. Paar zag de publicatie van een artikel over Elvas verschijnen. Het is in twee talen gepubliceerd: Spaans en Portugees. Dit naar aanleiding van een congres in november 2012 gehouden in Badajoz (Spanje).
In oktober nam de heer Paar zitting in een jury ter beoordeling van een masterscriptie over het fort in Juromenha, waarin onomstotelijk wordt aangetoond dat het ontwerp en de uitvoering op naam staan van Cosmander, een Nederlandse ingenieur die in Portugal actief was in het begin van de Restauratie-oorlog tegen Spanje (1640-1669).
Cosmander was ook de ontwerper van de vestingwerken van het grensstadje Elvas, dat in 2012 op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO werd geplaatst. In 2015 verscheen de commerciële versie van het boek dat de kandidatuur ondersteunde. Het boek is in twee talen gepubliceerd, Portugees en Engels.

De heer drs. J.R. Verbeek heeft een studiereis naar de Riouw-archipel gemaakt. Hij is verder bezig geweest met de voorbereiding van enkele publicaties, onder andere Dutch East India Company’s Strong Arm. VOC Land Based Artillery 1602-1811.

Al eerder zijn binnen de COV initiatieven genomen voor het organiseren van excursies naar Nederlandse vestingwerken in den vreemde. Een van die reizen zal naar Portugal gaan. De excursie zal wellicht in het najaar van 2016 en anders in het voorjaar van 2017 plaats vinden.
Er wordt ook gewerkt aan de voorbereiding van excursies naar Indonesië en Brasilië.


Monumenten Advies Commissie [MAC]
Ruimtelijke Ordening–ontwikkelingen
Het toetreden van een nieuw lid, een RO-man die werkzaam is bij een gemeente, als opvolger van een RO-man die werkzaam was op rijksniveau, sluit goed aan bij de al een paar jaar geconstateerde verschuiving van taken en bevoegdheden van het Rijk naar de gemeenten. Het Haagse motto is: ‘decentraal tenzij´. De nagestreefde deregulering krijgt vorm in de nieuwe ‘Omgevingswet’, die in juli 2015 in de Tweede Kamer met grote meerderheid is aangenomen. Het is de bedoeling dat de nieuwe wet in 2018 van kracht zal worden. Vijftien wetten gaan geheel op in de nieuwe Omgevingswet. Van nog eens acht wetten zijn de gebiedsgerichte onderdelen bij elkaar gebracht. Zeker tien andere wetten (waaronder de Monumentenwet 1988) gaan deels op in de Omgevingswet.
In het kader van deze wet worden door het Rijk, provincies en gemeenten ´omgevingsvisies´ en ´omgevingsplannen´ ontwikkeld, waarbij de begrippen ´structuurvisie´ resp. ´bestemmingsplan´ komen te vervallen. Realisatie van activiteiten kan vervolgens plaatsvinden door het verlenen van ´omgevingsvergunningen´ (op aanvraag, door gemeenten) en het nemen van ´projectbesluiten´ (door Rijk en provincies, waarbij het begrip ´inpassingsplan´ komt te vervallen).
Provinciale planologische commissies keren niet terug. Provincies en gemeenten beslissen zelf of zij zich planologisch willen laten adviseren. De RCE blijft het belangrijkste adviesorgaan op het gebied van cultureel erfgoed voor de minister, provincies en gemeenten (wettelijk verplicht en/of op verzoek).

Gevolgen voor de MAC
Voor de MAC leiden deze ontwikkelingen naar verwachting tot minder werk in het kader van structuurvisies- en bestemmingsplannen. Nu al wordt geëxperimenteerd met omgevingsvisies en -plannen voor een gehele gemeente (bijvoorbeeld Ommen). De MAC is (nog) niet betrokken bij deze experimenten.
In 2015 zijn geen structuurvisies aan de orde geweest. Ontwerpbestemmingsplannen hebben nog wel een rol gespeeld.
Zo is bijvoorbeeld aandacht besteed aan het initiatief van de gemeenten Vianen, Leerdam, Culemborg, Lingewaal, Gorinchem en Zaltbommel om een ‘parapuplan’ ter inzage te leggen, waarbij een uniforme bescherming van de waarden van de NHW wordt nagestreefd. Een goede ontwikkeling.
De gemeente Muiden heeft positief gereageerd op de in 2014 ingediende zienswijze ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan ‘De Krijgsman’. Door aanpassing van het ontwerpplan is de afstand van de geplande woonbebouwing tot de Westbatterij vergroot en de toegestane hoogte van de geplande bebouwing verlaagd.
In 2015 zijn verder geen zienswijzen ten aanzien van bestemmingsplannen ingediend. Er waren geen bezwaar- of beroepsprocedures aan de orde.


Het accent van de werkzaamheden van de MAC lag in 2015 op overleg met correspondenten over lokale ontwikkelingen. Voor details kan worden verwezen naar de rapportages van de correspondenten. Door tussenkomst van de MAC is het DB voortdurend geïnformeerd over deze ontwikkelingen. De meningen van DB en MAC zijn direct terug gekoppeld naar de correspondenten.
Door deze procedure, waarbij de correspondent zijn visie toetst bij de MAC en/of het DB, voordat die hiermee naar buiten treedt, kan onduidelijkheid over het standpunt van onze stichting ten aanzien van bepaalde ontwikkelingen worden voorkomen.
Voor zover hierover schriftelijk met bijvoorbeeld gemeenten werd gecommuniceerd zijn conceptbrieven - uiteraard in overleg met het DB - tot stand gekomen in nauw overleg tussen de betrokken correspondent en de MAC.


Monumentaanwijzing
Ook in 2015 heeft de MAC zich wederom ingezet voor het doen aanwijzen van objecten als rijks- of gemeentelijk monument.


Aanwijzing tot rijksmonument
Omdat er geen ministerieel ‘Aanwijzingsprogramma’ voor militair cultureel erfgoed bestaat blijft aanwijzing tot rijksmonument een heel moeilijke zaak.
In het Platform Verdedigingswerken 20e eeuw, waarin de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, de Nationale Collectie Bescherming Bevolking, het Rijksvastgoedbedrijf, het Nationaal Militair Museum en vertegenwoordigers van onze stichting samenwerken, wordt gewerkt aan een inventarisatie van militair-cultureel erfgoed (roerend en onroerend, ‘burger’ en militair erfgoed) – in eerste instantie de periode van de Koude Oorlog – waarmee door de minister van OCW de procedure voor een aanwijzingsprogramma kan worden gestart.

Aanwijzing als rijksmonument blijft vanzelfsprekend van groot belang. De vertegenwoordigers van onze stichting hebben dan ook veel energie aan dit onderwerp besteed, onder meer ten behoeve van een tweede landelijk symposium in mei 2015 met alle bij dit erfgoed betrokken partijen.
Op basis van een jaren geleden ingediend verzoek van de stichting is in 2015 de Seyss-Inquart bunker in Wassenaar aangewezen als rijksmonument. De aanvragen voor het Vinetaduin in Hoek van Holland en de Site in ’t Harde zijn nog steeds niet formeel beantwoord door de minister.
De suggestie, die aan de minister van OCW is gedaan, om de Zulu-hangar op de vliegbasis Soesterberg, die Defensie wilde slopen, aan te wijzen als rijksmonument is afgewezen bij gebrek aan een aanwijzingsprogramma.


Aanwijzing tot gemeentelijk monument
Na de afwijzing door de minister van OCW is namens onze stichting door de MAC een verzoek bij de gemeente Zeist ingediend om de Zulu-hangar aan te wijzen als gemeentelijk monument. Dit verzoek heeft geleid tot een positief besluit van de gemeenteraad. Daarmee is tevens de voorbescherming van kracht. Defensie heeft tegen de aanwijzing bezwaar aangetekend.
Een verzoek om het lesgebouw van de Van Heutszkazerne te Kampen aan te wijzen als gemeentelijk monument is afgewezen.
Van een aantal andere objecten loopt de aanvraag tot bescherming als gemeentelijk monument nog steeds (bijvoorbeeld de luchtwachttoren in Winschoten, kazematten in Woudrichem, pijlers van de NATO-brug in Werkendam, paardenstallen in Elburg).


Commissie Evenementen en Excursies [CEE]

De CEE organiseerde dit verslagjaar zes bijeenkomsten en de ´Menno-stand´ presenteerde zich vier keer op evenementen.
Op 28 maart was de correspondentendag in Oostvoorne, gevolgd op 11 april door de voorjaarsexcursie met 42 deelnemers.
Op 30 mei was de zomerexcursie in Venlo naar het Fort Sint Michiel en de Fossa Eugeniana met 45 deelnemers.
Op 3 oktober was de correspondentendag in Steenwijk met een bezoek aan de Friese Waterlinie en de najaarsexcursie op 10 oktober met 39 deelnemers.
De contactdag was op 7 november in het Museum Bescherming Bevolking (MBB) in Grou(w), met een uitleg over de ontwikkelingen en reorganisatie van het MBB dat onder de paraplu van het Nederlandse Veiligheid Instituut (NVI) opereert. Hier kwamen 30 deelnemers.

De ´Menno van Coehoorn stand´ was aanwezig:
• in Hellevoetsluis op 23 mei;
• tijdens de Marinedagen in Den Helder op 4 en 5 juli;
• op 12 september tijdens de Open Monumenten dag in Fort Blauwkapel;
• op 27 september tijdens de Fortendag 2015 bij onze zustervereniging Simon Stevin in het Belgische Raversijde.