1. (in een vestingwerk), tegen vijandelijk vuur gedekte en van een schietgat voorziene ruimte voor de opstelling van een vuurwapen; aanvankelijk deel uitmakend van een vestingwerk, later vrijstaand; soms een gedekte ruimte voor legering of materieelopslag; ook wel geschutkelder, kanonkelder of gekazematteerde batterij; zie ook koffer; voor bijzondere types zie Bourges-kazemat, Haxo-kazemat, Reichese kazemat, reverskazemat en traditore kazemat

2. (vrijstaand), een meestal betonnen en tot een verdedigingslinie behorende opstellingsplaats voor geschut of mitrailleurs; veelal bunker genoemd; zie ook gietstalen kazemat, rivier- of brugkazemat, stekelvarken en V.I.S-kazemat